Mijn wortels liggen in het mbo. Daar werkte ik jarenlang als praktijkdocent, mentor en stagecoördinator bij een opleiding in de creatieve sector. Die jaren leerden me om onderwijs niet alleen als systeem te zien, maar als relationele ruimte waarin ontwikkeling ontstaat. Vanuit dat besef heb ik de overstap naar de jeugdzorg gemaakt, waar ik gewerkt heb op een groep met peuters met een ontwikkelingsachterstand. De omschakeling van jong volwassenen naar het jonge kind heeft mij geleerd anders te kijken. Naar gedrag als taal en ontwikkeling als iets dat niet te forceren valt, maar wél gevoed kan worden. Met nabijheid, veiligheid, spel en geduld. Niet alleen de peuters zelf stonden hier centraal, juist ook het gezin en het netwerk om de peuters heen als belangrijke actoren in de ontwikkeling en groei van het kind. In mijn werk als onderzoeker in het sociaal domein bij een lectoraat in Almere heb ik met name participatieve onderzoeken met jongeren uitgevoerd naar onderwerpen die zíj belangrijk vonden, zoals Sense of belonging in het hoger onderwijs, of wat een fijne schoolomgeving is. Bij al deze richtingen heb ik een flexibele, open en creatieve manier van werken ontwikkeld, aansluitend bij de diverse doelgroepen. En het besef dat iedereen mee kan doen en kennis net zo goed in mensen zit als in boeken, dat is wat mij betreft de rode draad.

Nu werk ik als master Social Work op de grens van onderwijs, zorg en beleid. Als onderzoeker, coach en projectleider in het sociale domein. Mijn werk richt zich op thema’s als ervaringskennis, participatie, talentontwikkeling, de sociale basis en leren in en van de praktijk. Ik beweeg me tussen het hbo en mbo en tussen organisaties en gemeenschappen, altijd met oog voor het samenspel tussen mensen en systemen. Ontwikkeling begint ten slotte bij durven en daar is erkenning, betrokkenheid, creativiteit en ruimte om anders te mogen kijken voor nodig.

Wat al die contexten met elkaar verbindt?


De overtuiging dat er altijd meer potentie is

dan we op het eerste gezicht zien.