Mijn wortels liggen in het mbo. Daar werkte ik jarenlang als docent, mentor en stagecoördinator, en ontdekte ik hoe krachtig het is als jongeren echt gezien worden — niet alleen om wat ze (nog) niet kunnen, maar om wat er al in hen aanwezig is. Die jaren leerden me om onderwijs niet alleen als systeem te zien, maar als relationele ruimte waarin ontwikkeling ontstaat.Vanuit dat besef maakte ik de overstap naar de jeugdzorg, waar ik werkte op een groep met peuters met een ontwikkelingsachterstand. In dat vroege werkveld leerde ik opnieuw kijken. Naar gedrag als taal. Naar ontwikkeling als iets dat niet te forceren valt, maar wél gevoed kan worden. Met nabijheid, veiligheid, spel en geduld.

Inmiddels werk ik als onderzoeker, coach en projectleider in het sociale domein — vaak op de grens van onderwijs, zorg en beleid. Mijn werk richt zich op thema’s als talentontwikkeling, jongerenparticipatie, de sociale basis en leren in en van de praktijk. Ik beweeg me tussen het hbo en mbo, tussen organisaties en gemeenschappen, altijd met oog voor het samenspel tussen mensen en systemen. Ontwikkeling begint ten slotte bij durven en daar is erkenning, betrokkenheid en ruimte om anders te mogen kijken voor nodig.

Wat al die contexten met elkaar verbindt?


De overtuiging dat er altijd meer potentie is

dan we op het eerste gezicht zien.